7.2 SNELHEIDSPOLAIRES, REISSNELHEID EN FINAL GLIDE
| Uitspraak van Jean Renaud, instructeur in La Motte in Frankrijk: "Elke keer wanneer je in een zweefvliegtuig stijgen hebt, dan stort je geld op de bank. Wanneer je aan het steken bent dan moet je zo zuinig mogelijk met je geld omgaan. Niet meer uitgeven dan strikt nodig is. Hoe meer geld je op de bank overhoudt, hoe meer mogelijkheden je hebt. |
Het gaat in dit hoofdstuk over:
- Tijdens het vliegen in een zweefvliegtuig kom je meer en minder dalende lucht tegen. Bij elke hoeveelheid dalen past bij het gewicht van het vliegtuig een optimale snelheid, waardoor je voor een bepaalde afstand een minimale hoeveelheid hoogte kwijt bent.
- Wanneer je vrij zeker weet dat je een volgende goede bel in de verte kunt halen, dan loont het om sneller te vliegen, dus meer hoogte voor een bepaalde afstand verbruiken en daardoor eerder bij die stijgende lucht aan komen.
- Aan het eind van een overland, of wedstrijd, kun je de reservehoogte gebruiken om sneller naar de finishlijn te vliegen.
In moderne zweefvliegtuigen zit een vluchtcomputer die voor jou berekent hoe snel je moet vliegen en hoe hoog je dan op een bepaalde plaats aankomt. Om te begrijpen hoe zo'n computer dat voor je berekent, moet je kennis hebben van de snelheidspolaire, de optimale reissnelheid en hoe je sneller een final glide vliegt.
Dit hoofdstuk is onderverdeeld in:
- 7.2.1 Snelheidspolaires
- 7.2.2 Reissnelheid
- 7.2.3 Final glide
